Jan brandt de lamp nog Moeder kom eens hier Kaatje ga eens water halen Dat deed ze met plezier Toen ze bij de put kwam Onder bij die put Toen kwam Jan de tuinman En die greep haar bij haar ...................... Jan brandt de lamp nog?
Ik heb het altijd gehoord als zo'n herhaal-rijmpje en het gaat als volgt:
Jan, brand de lamp al? Moeder als een lier! Abraham wat doe je daar? Hij kust de meid van.. Jan, brand de lamp al? Moeder als een lier! Abraham.... etc..
Een ander soortgelijk versje was dat van Constant:
Constant had een hobbelpaard, zonder kop en zonder staart. Daar reed hij mee de wereld rond, zomaar in zijn blote... Constant had een hobbelpaard.... etc.
Jan brandt de lamp nog, moeder als een lier, Abraham wat doe je daar je zoent de meid bij 't vuur
En in de duisternis der bossen zit Jan Steen, heel alleen. de wereld is in rep en roer, want morgen komt de melkboer. Jan troebedoor, de beentjes van de vloer. Voor vaderland en vorst, en boerenkool met worst en een biertje voor de dorst
Jan brand de lamp nog moeder als een lier Abraham wat doe je daar ik zoende de meid, ik zoende de meid
In de duisternis der bossen daar staat een hut met loof belaan waarheen, Jan Steen ik schep in jou behagen ik schep in jou plezier en daarom wil ik vragen of jij, of jij dansen wilt met......
Dit lied, dat gelukkig nergens op slaat en nergens over gaat, wordt al generaties in onze familie (Nieuwenhuis doorgegeven. Van vader op zoon. Dochters mogen soms ook meedoen. Ik heb het natuurlijk onze zoons ook geleerd. Bij gelegenheden van aanmerkelijk belang brengen we het graag ten gehore.
In de versie die mijn vader op mij heeft overgebracht, begint dit liedje met "Wie Neerlands bloed in een pannetje doet en zet het op het vuur." Het is een medley van destijds (wanneer?) bekende liedjes. In mijn herinnering gaat het zo verder:
"Jan brandt de lamp nog? Moeder als een lier. Vader doe de deur eens open, zoen de meid van hier.
In de duisternis der bossen woont Jan Steen, heel alleen.
Heel de wereld is in rep en roer want morgen komt de melkboer
Jan Toedeloer, met je benen, met je benen
Jan Toedeloer, met je benen van ..
Aan de oever van de snelle vliet een treurig meisje zat
Geen knoop meer aan haar jas, geen cent meer in haar zak en het zal niet lang meer duren
Strijd, broeders voor de vrijheid en dan gaan we weer van Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke.
Ik heb gaten in mijn sokken als eieren zo groot
Ik vertik het om te stoppen voor vaderland en vorst en boerenkool met worst"